Je bent zo mooi Anders!

                                                               Je bent zo
jij bent zo mooi andersmooi
anders
dan ik,

natuurlijk
niet meer of
minder
maar

zo mooi
anders,

ik zou je
nooit
anders dan anders willen.

                                                               (gedicht van Hans Andreus)

Ik voelde me als kind altijd al ‘Anders’. Ik was 5 of 6 jaar toen ik van Friesland naar Holland verhuisde. Thuis spraken wij Fries; mijn thuistaal, myn memmetaal. Ik begreep niet altijd alle woorden. Zelfs toen ik op de P.A. zat kan ik me nog een les herinneren waarin we galgje deden. Het woord dat geraden moest worden was quillotine. Ik had er nog nooit van gehoord. Dus dat zei ik. Ik geloof dat ik toen als reactie kreeg “ als je niet weet wat dat betekent, moet je je afvragen wat je hier doet..”. Ik voelde me vooral dom.

Kinderen die ‘Anders’ zijn

Kinderen die ‘Anders’ zijn worden vaak gepest, lees ik in het counselling magazine. Ja dat herken ik. Het ‘Anders’ zijn hangt af van wat ‘Normaal’ is in de groep. Dus de ene keer kan het zijn omdat je “slimmer bent dan…” of de andere keer omdat je “dommer bent dan…” of wanneer je “stiller bent dan…” of juist “brutaler bent dan…of viool speelt terwijl de rest voetbalt…” .

Kinderen met een Ontwikkelingsstoornis zijn ook ‘Anders’. Bij ontwikkelingsstoornissen hapert vaak de sociale ontwikkeling. “In welke mate is het belangrijk dat we aandacht besteden aan het ‘Anders’ zijn? vraagt Martine Delfos in ditzelfde artikel”. Deze vraag sluit aan bij mijn vragen. Ik hoor steeds vaker dat kinderen buikpijn hebben omdat ze bang zijn. Uit gesprekken blijkt dan dat dit soms te maken heeft met het ‘Anders’ zijn van andere kinderen. Kinderen die onvoorspelbaar zijn, niet doen wat andere kinderen van hen verwachten. Een verlies-verlies situatie. De ene leerling trekt zich terug omdat hij de onvoorspelbaarheid niet kan hanteren en de andere leerling wordt zo veel mogelijk vermeden, buitengesloten.

Elk kind heeft recht op ongelijkheid, ook binnen de klassensituatie!kinderrechten01_1

We zijn in vele opzichten ‘Anders’. We verschillen van Dynamiek. We hebben verschillende leer en communicatiestijlen. We hebben verschillende kernkwaliteiten en sommige kinderen zijn anders omdat ze een ontwikkelingsstoornis hebben. Klasgenoten die opvallen door ander gedrag roepen vaak irritaties op met als gevolg dat kinderen sociaal buitengesloten worden. Door de klas te informeren en te begeleiden in het feit dat we allemaal anders zijn en dus ook andere dingen nodig hebben helpen we kinderen een stap verder in hun ontwikkeling. Als je begrijpt waarom Maarten altijd mag werken achter de computer en jij niet, waarom Yousef steeds zijn spullen vergeet mee te nemen of Karel altijd geluiden maakt tijdens het stil werken.

Klassengesprek

Ik hoorde een een prachtig verhaal van een leerkracht over een interventie die zij met de groep had gedaan. Zij had het Sociogram afgenomen en de uitslag (met toestemming van de klas) met de hele klas besproken. Er waren een aantal kinderen die de positie Buitengesloten hadden. Zij besprak dit met de kinderen en stelde vragen als “wie zijn de populaire kinderen in deze klas”, “wat maakt iemand populair”, “hoe voelt dat om populair?”, maar ook komt het dat veel kinderen niet met leerling x willen spelen?” of aan de Buitengesloten leerling vragen “hoe is dat voor jou dat niemand met jou wil samenspelen?”.

Een van de kinderen heeft een stoornis in het Autistisch Spectrum, ik noem haar Lieke. De kinderen geven in dit gesprek aan dat ze tijdens het spelen van trefbal de bal zo lang vast houdt, dat dat hun irriteert. Lieke vertelt dan dat als zij de bal heeft en er 10 kinderen tegelijk naar haar beginnen te schreeuwen: “Hier, hier, hier of Lieke gooi etc” zij in de war raakt van al die opdrachten en niet kan kiezen naar wie ze de boel moet gooien. De juf vraagt haar wat voor haar wel prettig is. “Dat ze niet naar mij roepen, dan kan ik beter kiezen”. Aansluitend geeft de juf ook wat informatie over hoe dat voor Lieke werkt. Kinderen begrijpen nu veel beter wat er gebeurt en willen Lieke hierin graag ondersteunen.

ADHDNog een voorbeeld: Mark heeft ADHD. Hij geeft aan dat hij graag met andere kinderen zou willen spelen tijdens het buitenspelen maar ook na schooltijd. Zijn klasgenoten reageren verbaasd. Ze hebben namelijk de indruk dat Mark helemaal niet van samenspelen houdt. Mark geeft aan dat hij wel van samenspelen houdt, maar dat hij niet van alle spelletjes houdt die zij met elkaar spelen. En dan doet hij liever niet mee. Ook hier praten de kinderen over door en vragen aan Mark wat hij prettig zou vinden. Ze spreken af dat ze wel aan Mark blijven vragen of hij mee wil spelen, maar dat Mark de ruimte heeft om nee te zeggen. Niet omdat hij niet met de kinderen wil spelen, maar omdat hij het spelletje niet leuk vindt.

It takes a village to raise a child

En een leerkracht die kinderen de gelegenheid geeft om vragen aan elkaar te stellen, naar elkaar te luisteren en behoeftes uit te spreken.

Hoe help jij kinderen omgaan met het ‘Anders’ zijn?

Hoe help jij kinderen elkaar beter te begrijpen?

Ik ben benieuwd welk Inzicht dit blog jou oplevert! Laat een reactie achter in het commentaar veld!

Zorg dat je het Verschil maakt!

Als je mijn blog waardeert wil je dit artikel dan delen met jouw netwerk zodat ook collega leerkrachten, intern begeleiders kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

En wil je iets terugdoen? Zou je mij dan willen helpen mijn Facebookpagina KlassenKracht meer zichtbaar te maken door een like te geven? Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

een verschillige groet,

Jelly.

Advertenties

Wat is jouw conflictstijl?

klompConflicten…ik was er als kind goed in! Ik had twee stijlen: Vechten (soms met een klomp in mijn rechterhand) of heel hard wegrennen als ik dacht “dit ga ik niet winnen”. Ik had en heb een enorme moeite met onrecht. Dus wie of wat het ook was, ik sprong op de bres als er onrecht in het geding was. En de strategie die ik hanteerde was gebaseerd op winnen en zeker niet op verliezen. Ik kan me niet herinneren dat ik op school geleerd heb om conflicten op een goede manier op te lossen.

Dit maakte dat ik als volwassene conflicten lastig vond. Want ik had maar twee strategieën tot mijn beschikking: vechten of vluchten. Om nu met een klomp mijn collega’s te lijf te gaan was natuurlijk geen optie, en dus liet ik de dingen maar gebeuren, trok me meer terug in mijn eigen bezigheden en koos banen waarin ik veel ruimte had om mijn eigen ding te kunnen doen.

Voor wie in zijn leven een keer uit de bocht gevlogen is, weet dat je vroeg of laat in de knel komt. Want hoe zorg ik nu voor mijn eigen belangen, en ga ik niet voorbij aan het belang van de ander. Of hoe zorg ik nu voor de balangen van de ander zonder mijn eigen belang uit het oog te verliezen? Oftewel hoe kan ik van situaties met belangentegenstellingen een win-win situatie maken?

Wat gebeurt er bij een conflict?

Er is een aanleiding. A zegt of doet iets en dat botst met de belangen of opvattingen van B. Dit roept bij B gevoelens op van woede, verdriet of angst. Deze gevoelens verhinderen om te zien waarom A zo handelde. B reageert agressief.

Doordat de emoties overheersen komt B er niet toe de wensen of belangen achter die eigen emoties helder te krijgen. Er is een conflict.

Zo zijn er verschillende soorten conflicten:

Belangenconflicten: hier gaat het om het bezit of het gebruik van materialen. “Die nietmachine is van mij! Nee! Die is van mij!”
Waardenconflicten: hier gaat het om botsende waarden en normen “Dat doe je toch niet zo?”
Machtsconflicten: hier gaat het om de vraag “wie is hier de baas”
Veel conflicten zijn een mengvorm van deze drie.

Nu zijn er twee dingen voor ons mensen heel erg belangrijk: enerzijds willen we onze doelen realiseren (assertiviteit) en anderzijds willen we de relatie met de ander goed houden (coöperativiteit).

Dit spanningsveld hebben Thomas & Kilman in een assenmodel geplaatst. Zij hebben vijf verschillende manieren beschreven hoe mensen met tegenstrijdige belangen (conflicten) omgaan:

Vechten, doordrukken,test-killmantest-killman
Vermijden,
Toegeven,
Samenwerken
Compromis sluiten

Jullie hebben als team met elkaar afgesproken dat je ’s morgens bij de deur van je lokaal staat. Je ziet dat een collega dat niet meer doet. Wat doe jij?

En wat als je weet dat deze collega boos reageert met een “bemoei jij je met je eigen zaken?”. Slik je het in? Of ga je het gesprek aan?

Sommige collega’s komen altijd te laat op de vergadering. Je ergert je er aan. Je wilt op tijd beginnen en op tijd naar huis.

Sommige collega’s zitten tijdens de vergadering onder tafel te what’s appen. Je irriteert je aan het niet betrokken zijn van je collega.

De directeur plant een vergadering. Je vindt dat dat niet kan omdat het programma al te vol is.

Wat doe je? Slik je het in? Of ga je het gesprek aan?

Wat is jouw conflictstijl? Doe de conflicthanteringstest

Als je in de lijn van het blog van vorige week merkt dat je conflicten lastig vindt, raad ik je aan te oefenen. Hoe kun jij zeggen waar je last van hebt, zonder dat je van je voeten geblazen wordt of heel kwaad wordt.

Als we kinderen willen leren conflicten op te lossen vanuit een win – win zullen we dit ook als volwassenen moeten doen!

Zorg dat je het Verschil maakt!

Kun jij je belangen goed behartigen, daarbij rekening houdend met de belangen van de ander?

Laat een reactie of vraag achter bij opmerkingen!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Rotwijf!

anger“Schuilt er achter negatief gedrag van kinderen altijd een onvervulde behoefte?”, vraagt een deelnemer mij tijdens de workshop Pedagogische Tact.

De workshop gaat over hoe je omgaat met kinderen die dwars, brutaal en weigerachtig gedrag vertonen. Ik introduceer een ervaringsoefening. Wat gebeurt er als A iets wil wat B niet wil? Wat ervaar je dan intern? Wat voel je? Wat denk je? Wat doe je? Wat zou je willen doen? Wanneer ervaart de ander dat hij zijn strijd kan loslaten?

Eén deelnemer zegt heel treffend “ik vond het heerlijk om te voelen dat ik de macht had”, en een andere deelnemer verwoordt hoe machteloos zij zich voelde omdat ze de ander niet in beweging kreeg. Weer een ander zegt “ik wist het niet meer en ben er maar gewoon naast gaan zitten en met haar meegegaan”. Anderen zetten creativiteit, speelsheid, verleiding en contact maken in, om de ander uit zijn “Nee, ik wil niet” te halen.

De kunst van het omgaan met weigerachtig gedrag is niet ingaan op het gedrag op de voorgrond, maar via de achterdeur contact te maken met het kind. Daarvoor is het nodig dat je:

contact hebt met wat er bij jou van binnen gebeurt als een kind niet wil doen wat jij wilt, en
snapt dat er achter heftig gedrag altijd een onvervulde behoefte schuil gaat.
Een mooi verhaal van Luc Stevens dat ik vond op http://www.hetkind.org illustreert dit:

“…Terwijl zij op een ochtend de poppenkast gereed maakt en de kinderen zich daaromheen scharen, hoort ze ineens uit de mond van Ferrie, een van haar vierjarigen: “vuil, vies rotwijf”. Iedereen schrikt en wacht af. De juf loopt naar Ferrie en vraagt: “Ferrie, wat is er?”. “M’n zussie zit niet goed”. “Nou”, zegt de juf, “dan geven wij je zussie toch een andere plaats”. De juf en Ferrie kennen elkaar nog maar net. De volgende anderhalf jaar is er geen onvertogen woord meer gevallen. Ferrie en zijn juf konden het goed vinden.

Wat is hier gebeurd? De juf heeft Ferrie’s gescheld geaccepteerd zoals het was, gescheld, en zich onmiddellijk gewend tot de betekenis ervan: “Ferrie, wat is er?”. De juf gaat hiermee voorbij aan de uitdaging of de schoffering en zoekt naar wat het kind wil zeggen. Ferrie gaat ver buiten de fatsoensnorm, maar de juf voelt zich niet aangesproken: zij oordeelt niet, laat het zoals het is, omdat op dat moment voor haar de boosheid van het kind belangrijker is. Zij oriënteert zich op het kind en op zijn beleving van dat moment en probeert daarvoor een uitweg of een oplossing te vinden.

Wat gebeurt er met Ferrie? Hij ervaart dat zijn juf hem accepteert met zijn sores en wel onvoorwaardelijk. De juf begint niet over zijn gedrag dat niet kan, maar zoekt hém, Ferrie, en wat hem op dat moment zo hevig bezighoudt. Hij wordt door de juf gezien zoals hij is, hij wordt door haar erkend, serieus genomen. De juf neemt niet zijn gescheld serieus, maar Ferrie. En haar voorstel om zijn zussie een andere plaats te geven bekrachtigt dat. Ferrie weet dat zijn juf hem ziet en wil snappen…”

De leerkracht die mij de vraag aan het begin van dit blog stelde kwam aan het eind van de workshop naar mij toe. Zij vertelde me dat ik haar getriggerd had. Zij was zelf iemand die ‘braaf’ deed wat haar werd opgedragen en kon zich eigenlijk niet voorstellen dat je ergens tegen in gaat. Het mooie is dat zowel in ‘braaf’ zijn als in ‘opstandig’ zijn een behoefte verscholen zit.

En, hoe is dat voor jou? Welke kinderen triggeren jou? Lukt het jou om voorbij de schoffering of de uitdaging te gaan, contact te zoeken met het kind en te achterhalen wat de achterliggende behoefte is? En wat gebeurt er als je dit doet?

Laat een reactie of vraag achter bij opmerkingen!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Vinger aan de pols!

Terwijl de schilders bezig zijn mijn huis mooi te maken, ik van kamer naar kamer gestuurd wordt omdat ze net daar moeten zijn waar ik ben, de temperaturen zomers blijven, bedacht ik me dat het misschien wel een goed moment is om deze week de thermometer in de klas te steken! Eens even temperaturen hoe de stand van zaken is. Hoe ervaren de kinderen de sfeer in de groep? Hoe ervaren ze de relatie met jou? Hoe ervaren ze de relatie met de andere kinderen?
lampionDe Thermometer (met dank aan Suzette voor de vormgeving) is eigenlijk een heel simpel instrument om de vinger aan de pols te houden m.b.t. de sfeer in de groep. Kinderen krijgen allemaal een A-4tje met daarop drie vragen. Je vraagt ze een cijfer te geven van 1 – 10 of van 1- 8, waarbij een 1 staat voor helemaal niet fijn en een 10 staat voor heel erg fijn. Bij een score van een 6 of lager voer je later even kort een gesprekje met deze leerling om te horen waarom hij of zij deze score heeft gegeven. En wat er zou moeten veranderen om de score hoger te krijgen.

Laat je verrassen door de resultaten. Soms zijn kleine dingen voor kinderen heel erg bepalend voor hoe zij zich voelen in de klas. Ik herinner me een leerkracht die te horen kreeg dat hij altijd zo boos keek en dat het kind dacht dat hij dus vaak boos op hem was. of een leerling die last heeft van de geluiden die een leerling naast haar maakt. etc. Het kost je weinig tijd om af te nemen en het levert je soms veel informatie op waar je vrij snel iets aan kan doen.

Het kan ook zijn dat er iets uitkomt wat speelt op groepsnivo, dan is dat een mooie aanleiding om dit met de groep te gaan bespreken. Stel uit de gesprekjes die je gevoerd hebt wordt duidelijk dat het buiten spelen veel gedoe oplevert. Kinderen maken ruzie, zijn het oneens met de spelregels die gehanteerd worden of willen niet accepteren dat er iemand is die de leiding neemt. In het kader van het bepalen van de pikorde, een zeer belangrijk onderwerp om aan de orde te stellen!

Verdeel de klas in groepjes van vier. Geef ze de opdracht om een spel te ontwerpen zonder spelregels. En kijk dan eens wat er gebeurt. Observeer, maak aantekeningen. Wat zie je gebeuren? Wie pakt het initiatief? Wie laat het zich aanleunen? Bespreek dit na verloop van tijd met elkaar. Heb je meteen een mooie les Burgerschap! Waarom hebben we regels nodig? Wat gebeurt er dan?Zonder regels zou iedereen doen waar hij zelf zin in heeft zonder rekening te houden met anderen.

En daarna kun je in gesprek gaan over voor wie het makkelijk is om zich aan de regels van een spel te houden, wie gaat de discussie aan,

S peel een Spel samen

P raat erover wie de leiding heeft

E valueer het spel met elkaar in de klas

L eer van de successen en de fouten

En natuurlijk hoor ik graag van jou wat de temperatuur in jouw klas is! Laat hieronder of (als je anoniem prettiger vindt) stuur een mail met daarin het thema dat speelt in jouw groep. Zo inspireer je mij weer om daar een volgende keer op in te gaan!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegene die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

De Pikorde!

pikorde2In Noord is de stormingsfase echt bezig, en in Midden en Zuid begint het te komen. En misschien denk je wel “…begint te komen!? Het is in volle gang!…”. In de Stormingfase wordt de pikorde in de klas bepaalt. Met het regelen van de pikorde, regelen kinderen onderling hun veiligheid. In iedere groep wordt een pikorde bepaald, en hoe hoger je in de pikorde zit, hoe veiliger het is. Dat werkt ook zo in de maatschappij, onze hele samenleving is eigenlijk op dit principe gebaseerd.

Kippen leven in groepen. Een haan heeft meestal zo’n vijf tot tien hennen. En om zo’n groep in toom te houden zijn er regels. De rangorde geeft aan wie de beste plek (zitstok) in het hok heeft en wie de eerste hapjes voer krijgt. De hoogst geplaatste hennen, pikken de anderen op hun kop. De iets lager geplaatste hennen pikken de nog lager geplaatste etc. Het is een rangorde, waarin iedereen zijn plek heeft. Het pikken is vrij onschuldig en betekent zoiets als “hoepel op jij, wie denk je dat je voor je hebt”. De pikorde! (Ik moet denken aan een teamkamer waar ‘vaste plaatsen’ ontstaan. En wat er gebeurt als je op iemand ‘zijn’ stoel gaat zitten). Die pikorde bepalen is dus helemaal niet fout. Het middel dat er soms voor gebruikt wordt wel; pesten. En daarom is dit de fase waarin jij als leerkracht heel alert moet zijn op wat er gebeurd en hoe het gebeurd. Wij moeten de veiligheid samen met de kinderen regelen en het ze niet zelf laten uitzoeken. Want als je het aan de groep overlaat heb je voordat je het weet een kippenhok! Net als in de klas wordt de rangorde niet bepaald door jou als leerkracht, maar door de leerlingen. De ‘hennen’ bepalen de pikorde, de ‘haan’ houdt de supervisie. En ook hier jouw rol: jij houdt de boel wel in de gaten. Zo kunnen pestkoppen tot de orde worden geroepen en pispaaltjes extra worden beschermd.

In deze fase is het belangrijk dat steeds de missie van de groep centraal staat (zie blog van 24 aug). Je werkt regelgestuurd aan gedrag en je reflecteert vooral met kinderen op gedrag. Daarbij maak je veel gebruik van voorbeeldgedrag. Wat je hier doet is kinderen helpen bewust te worden van gedrag, wat werkt stimulerend en wat werkt belemmerend.

Stel je ziet een leerling een andere leerling helpen bij iets wat hij moeilijk vindt. Je benoemt de kwaliteit: “Margo ik zie dat jij Maaike helpt bij iets wat zij moeilijk vindt. Fijn dat jij je behulpzaamheid inzet. Dat geeft Maaike vast een fijn gevoel”. Je vraagt vervolgens aan de klas: “Is Behulpzaamheid iets wat ons dichter bij onze groepswens brengt? Ja, dan zet ik hem er bij!” En zo kun je deze kwaliteit gaan inbrengen en opmerken elke keer wanneer je hem ziet. En het omgekeerde ook. Je ziet een kind iets doen wat niet bijdraagt aan de groepsmissie. Bespreek dit en onderzoek hoe het anders kan, oefen dat eventueel in een rollenspel.

Plan dagelijks 20 – 30 minuten tijd in om dit met de klas te kunnen doen. Neem groepsvorming serieus in deze fase!

Een variant is dat je elke week een kwaliteit of deugd centraal zet waar jullie extra op gaan letten omdat het jullie dichter bij jullie groepswens brengt. Aan het eind van de dag kijk je terug en vraagt de kinderen kinderen wie volgens hen ……….,en dan noem je de kwaliteit of deugd, is geweest.

Houd er in deze fase rekening mee dat wanneer je een kind corrigeert op gedrag ten pikordeoverstaande van de hele groep er nog een pikordeander programma op de achtergrond meewerkt. Namelijk: hoe zorg ik er voor dat ik niet af ga in de ogen van de andere kinderen (de pikorde). Jij spreekt bijvoorbeeld Michael aan omdat hij grensoverschrijdend gedrag laat zien. Michael geeft jou een bijdehante opmerking, waardoor de klas moet lachen (opluchting bij Michael; ik heb mijn gezicht gered). Hij krijgt straf van jou maar dat is minder erg, dan gezichtsverlies. Als je deze thematiek snapt, dan snap je ook waarom het vaak handiger is om even naar een leerling toe te stappen, contact te maken en daarna een gedragsinstructie te geven.

Als je dit waardeert dan zou ik het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegene die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Wat gebeurt er in jouw klas op het gebied van de pikorde bepalen? Hoe gaat dat er aan toe? Of heb je een vraag? Deel dit met ons in het commentaarveld hieronder!

Weer naar School!

Ik herinner me dat ik als leerkracht (en als trainer) altijd een beetje gespannen was zo vlak voor de start van het nieuwe schooljaar. Ik sliep onrustig en er bekroop mij ook een onrustig gevoel en daar kwamen dan onrustige gedachten bij. (Waarschijnlijk werkte het andersom, maar dat wist ik toen nog niet). “Kan ik het nog wel”, “zal het wel goed gaan”,  “gaat het me lukken”. Ik had ook altijd ergens wel een droom dat de kinderen zeker niet gingen doen wat ik graag wilde.
Hoe is dat bij jou? Heb jij bepaalde dromen die jaarlijks terugkomen?

Formingsfase
En dan is er het moment van binnenkomen. Alles staat klaar. Mogen de kinderen zelf een plek uitkiezen of heb je naambordjes op de tafel geplakt? Waar sta jij? Hoe ontvang je ze? Groepsvorming is begonnen!

Dit is de fase van de kat uit de boom kijken. Het is de eerste fase waar een groep doorheen gaat. Het is de fase waarin er allerlei vragen in de hoofden van de kinderen zitten: Wie zitten er in mijn klas? Wie zijn er bij gekomen dit jaar? Hoe zal de meester of de juf zijn? Hoe gaan we hier met elkaar om? Wat mag wel en wat mag niet?

papierenzak

Ik herinner me dat mijn dochter twee jaar dezelfde leerkracht had. Aan het begin van het tweede jaar zei ze dat ze het fijn vond dat ze dezelfde juf had als vorig jaar, “ dan weet ik tenminste al hoe alles werkt, mam en hoef ik niet zo te wennen”.

Het was via haar dat ik me realiseerde dat er voor een kind veel meer speelt dan alleen maar de andere leerlingen. Leerkrachten realiseren zich dit (ook) niet altijd. Veel kinderen willen weten hoe het werkt.
• Waar kom ik te zitten in de klas? Wie zal er naast me zitten? Vind ik die persoon wel aardig? Vind die persoon mij wel aardig?
• Waar liggen de boeken, schriften etc
• Wat zijn de afspraken? Wat mag wel zelfstandig en wat mag niet zelfstandig? Mag ik zelf naar de WC gaan of moet ik dat vragen?

7 tips voor de eerste week
1. Besteed aandacht aan wie jij bent! Stel je zelf voor. Wie ben jij? Waar hou je van? Wat is jouw hobby? Wat is jouw passie? Wat doe je graag? Hoe woon je? Hoe leef je? Wat heb jij in de vakantie gedaan? Kun je daar iets van laten zien?

2. Besteed aandacht aan elkaar, aan kennismaking, aan vakantieverhalen, aan wat kinderen allemaal hebben meegemaakt, gedaan. Hang een landkaart op in de klas, hang er foto’s in waar kinderen geweest zijn en wandel zo de komende dagen eens door de wereld. Hier kun je misschien wel allerlei wervormen aan verbinden die je kunt linken aan Aardrijkskunde.

3. Besteed aandacht aan de verschillen. Sommige kinderen zijn twee keer op vakantie geweest, sommige kinderen helemaal niet. Negeer het niet. Sommige kinderen zijn onderdeel van een samengesteld gezin, andere kinderen van een eenoudergezin. Wees een OEN: Open, Eerlijk en Nieuwsgierig.

4. Doe veel kennismakingsactiviteiten. Zorg dat kinderen elkaar leren kennen; dus veel rouleren van tweetallen. Welke hobby’s hebben kinderen? Zijn er bijvoorbeeld kinderen die hebben gesnorkeld? Of hebben gedoken? of….Kun je dat de klas in halen? Hoe kun je dat koppelen aan leerstofinhouden?

5. Besteed aandacht aan hoe het bij jou werkt in de klas. Wat mogen ze wel en wat mogen ze niet bij jou? Maak het zichtbaar voor ze zodat ze bij twijfel even kunnen kijken.

6. Laat ze een verhaal schrijven waarin ze terugkijken op dit schooljaar. Ze stellen zich voor wat ze met elkaar hebben meegemaakt, welke fijne dingen ze beleefd hebben met elkaar, maar ook welke nare dingen er gebeurd zijn en hoe ze dat op een goede manier met elkaar hebben opgelost.

7. Wees je voortdurend bewust van je eigen waarden en normen en wat je wel en niet OK vindt. Benoem gewenst gedrag van kinderen en ook wat het effect daarvan op jou of de groep is. Wees voelbaar en zichtbaar aanwezig. Maak gebruik van je ‘Pedagogische Tact’, door het NIVOZ gedefinieerd als ‘op het goede moment het juiste doen, ook in de ogen van het kind’. Dat is een mooie uitnodiging voor het komende schooljaar.

Maak het Verschil! Wees het Verschil!

Voor sommige scholen is het dit jaar anders. Zij beginnen met een herdenkingsceremonie. Leerkrachten en kinderen die in de MH17 zaten en niet terugkeren op school of in de groep. Hier gaan afscheid nemen en opnieuw beginnen hand in hand. Ik wens jullie veel sterkte, wijsheid en verbinding.

Heb jij mooie werkvormen die je gebruikt in de eerste week? Of mooie herinneringen aan werkvormen uit jouw Basisschool-tijd? 

Laat dan hieronder een reactie achter en deel ze met ons!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

Besmettelijk Gedrag

Bij vertrek op Schiphol mag ik graag nog even in de boekenwinkel struinen. En altijd doe ik daar een impulsieve aankoop. Dit keer trok ‘The Tipping Point ‘van Malcolm Gladwell mijn aandacht. Met als ondertitel ‘How little things Can Make a Big Difference’. Daar word ik nieuwsgierig van: hoe kleine dingen een groot verschil kunnen maken.

Dit boek gaat over de vraag hoe een idee, trend of sociaal gedrag zich verspreidt en ineens een hype of een rage kan worden. Zo kan bijvoorbeeld één persoon er voor zorgen dat er een griep epidemie uitbreekt. Bij mij schiet meteen de Cupsong in gedachten. Eén film zorgt ervoor dat bijna elk kind op school, thuis aan de keukentafel, met bekertjes en handgeklap aan de gang gaat. Het was mij ontgaan, maar ineens was het er. En niet alleen bij mij thuis aan de keukentafel, maar op scholen, tijdens Sinterklaasviering, recordpogingen wereldwijd, hele klassen lieten hun kunsten zien youtube filmpjes van schoolklassen. Waar komt dit vandaan?

http://www.sayomg.com/omg-new-cup-song-record/

In het boek worden drie kenmerken genoemd die er voor zorgen dat een idee, trend of sociaal gedrag zich verspreiden: het is besmettelijk, het start ergens klein maar heeft een groot effect en het gaat niet geleidelijk; het is er ineens, en overal. Zo komen de UGG’s voorbij in mijn hoofd, de Crocks, Furby, Rubik Kubus en het Loomen. Ineens loomt iedereen armbandjes, sleutelhangers, beertjes en schildpadden, maar ook dingen in de taal ik denk aan ‘gedist’ worden en het stopwoordje ‘dûhûh.. ‘

Een van de kenmerken is dat het ‘Besmettelijk’ is. Als voorbeeld wordt ‘gapen’ genoemd. Als iemand in je omgeving begint te gapen, begin je zelf ook te gapen of zie je anderen gapen. Je steekt elkaar aan. En misschien zelfs nu je een aantal keren het woord gapen leest, krijg je misschien de neiging om spontaan te gapen… Maar met lachen gebeurt het ook. Als iemand smakelijk zit te lachen ga je vaak mee zitten lachen.
Hoe kunnen we deze kennis gebruiken bij Groepsvorming? Hoe kan een schoolteam er voor zorgen dat kinderen ‘Besmet’ worden met Sociaal Vaardig Gedrag? Door zelf voortdurend het goede voorbeeld te geven.

Hoe kun je als school gebruik maken van ‘Besmettelijkheid” om positief gedrag te stimuleren? Bedenk als team welke 5 gedragingen je wilt zien van de kinderen en begin daar massaal mee en hou het vol. Evalueer wekelijks de vorderingen.
1. Loop glimlachend door de school, Zeg goedemorgen, goedemiddag, maak grapjes, heb plezier!
2. Herinner kinderen met een glimlach aan de regels die je met elkaar hebt afgesproken.
3. Geef kinderen ’s morgens bij de deur een hand of een box (!), kijk ze aan, maak contact
4. Geef complimenten door te zeggen wat je iemand ziet doen of hoort zeggen en wat daarvan het positieve effect is op de sfeer in de groep
5. Zorg dat je plezier maakt met elkaar, maak gebruik van kleine spelletjes en energizers. Ga samen klapspelletjes doen (zie youtube) dat verbindt sowieso; ook leuk om uit te proberen als team! Veel plezier.

Heb je zelf leuke ervaringen met ‘besmettelijk gedrag’ laat het achter als reactie, dan kunnen andere leerkrachten en teams hier ook hun voordeel mee doen.

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

Geniet nog heerlijk van je vakantie!