Wat is jouw conflictstijl?

klompConflicten…ik was er als kind goed in! Ik had twee stijlen: Vechten (soms met een klomp in mijn rechterhand) of heel hard wegrennen als ik dacht “dit ga ik niet winnen”. Ik had en heb een enorme moeite met onrecht. Dus wie of wat het ook was, ik sprong op de bres als er onrecht in het geding was. En de strategie die ik hanteerde was gebaseerd op winnen en zeker niet op verliezen. Ik kan me niet herinneren dat ik op school geleerd heb om conflicten op een goede manier op te lossen.

Dit maakte dat ik als volwassene conflicten lastig vond. Want ik had maar twee strategieën tot mijn beschikking: vechten of vluchten. Om nu met een klomp mijn collega’s te lijf te gaan was natuurlijk geen optie, en dus liet ik de dingen maar gebeuren, trok me meer terug in mijn eigen bezigheden en koos banen waarin ik veel ruimte had om mijn eigen ding te kunnen doen.

Voor wie in zijn leven een keer uit de bocht gevlogen is, weet dat je vroeg of laat in de knel komt. Want hoe zorg ik nu voor mijn eigen belangen, en ga ik niet voorbij aan het belang van de ander. Of hoe zorg ik nu voor de balangen van de ander zonder mijn eigen belang uit het oog te verliezen? Oftewel hoe kan ik van situaties met belangentegenstellingen een win-win situatie maken?

Wat gebeurt er bij een conflict?

Er is een aanleiding. A zegt of doet iets en dat botst met de belangen of opvattingen van B. Dit roept bij B gevoelens op van woede, verdriet of angst. Deze gevoelens verhinderen om te zien waarom A zo handelde. B reageert agressief.

Doordat de emoties overheersen komt B er niet toe de wensen of belangen achter die eigen emoties helder te krijgen. Er is een conflict.

Zo zijn er verschillende soorten conflicten:

Belangenconflicten: hier gaat het om het bezit of het gebruik van materialen. “Die nietmachine is van mij! Nee! Die is van mij!”
Waardenconflicten: hier gaat het om botsende waarden en normen “Dat doe je toch niet zo?”
Machtsconflicten: hier gaat het om de vraag “wie is hier de baas”
Veel conflicten zijn een mengvorm van deze drie.

Nu zijn er twee dingen voor ons mensen heel erg belangrijk: enerzijds willen we onze doelen realiseren (assertiviteit) en anderzijds willen we de relatie met de ander goed houden (coöperativiteit).

Dit spanningsveld hebben Thomas & Kilman in een assenmodel geplaatst. Zij hebben vijf verschillende manieren beschreven hoe mensen met tegenstrijdige belangen (conflicten) omgaan:

Vechten, doordrukken,test-killmantest-killman
Vermijden,
Toegeven,
Samenwerken
Compromis sluiten

Jullie hebben als team met elkaar afgesproken dat je ’s morgens bij de deur van je lokaal staat. Je ziet dat een collega dat niet meer doet. Wat doe jij?

En wat als je weet dat deze collega boos reageert met een “bemoei jij je met je eigen zaken?”. Slik je het in? Of ga je het gesprek aan?

Sommige collega’s komen altijd te laat op de vergadering. Je ergert je er aan. Je wilt op tijd beginnen en op tijd naar huis.

Sommige collega’s zitten tijdens de vergadering onder tafel te what’s appen. Je irriteert je aan het niet betrokken zijn van je collega.

De directeur plant een vergadering. Je vindt dat dat niet kan omdat het programma al te vol is.

Wat doe je? Slik je het in? Of ga je het gesprek aan?

Wat is jouw conflictstijl? Doe de conflicthanteringstest

Als je in de lijn van het blog van vorige week merkt dat je conflicten lastig vindt, raad ik je aan te oefenen. Hoe kun jij zeggen waar je last van hebt, zonder dat je van je voeten geblazen wordt of heel kwaad wordt.

Als we kinderen willen leren conflicten op te lossen vanuit een win – win zullen we dit ook als volwassenen moeten doen!

Zorg dat je het Verschil maakt!

Kun jij je belangen goed behartigen, daarbij rekening houdend met de belangen van de ander?

Laat een reactie of vraag achter bij opmerkingen!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Advertenties

Rotwijf!

anger“Schuilt er achter negatief gedrag van kinderen altijd een onvervulde behoefte?”, vraagt een deelnemer mij tijdens de workshop Pedagogische Tact.

De workshop gaat over hoe je omgaat met kinderen die dwars, brutaal en weigerachtig gedrag vertonen. Ik introduceer een ervaringsoefening. Wat gebeurt er als A iets wil wat B niet wil? Wat ervaar je dan intern? Wat voel je? Wat denk je? Wat doe je? Wat zou je willen doen? Wanneer ervaart de ander dat hij zijn strijd kan loslaten?

Eén deelnemer zegt heel treffend “ik vond het heerlijk om te voelen dat ik de macht had”, en een andere deelnemer verwoordt hoe machteloos zij zich voelde omdat ze de ander niet in beweging kreeg. Weer een ander zegt “ik wist het niet meer en ben er maar gewoon naast gaan zitten en met haar meegegaan”. Anderen zetten creativiteit, speelsheid, verleiding en contact maken in, om de ander uit zijn “Nee, ik wil niet” te halen.

De kunst van het omgaan met weigerachtig gedrag is niet ingaan op het gedrag op de voorgrond, maar via de achterdeur contact te maken met het kind. Daarvoor is het nodig dat je:

contact hebt met wat er bij jou van binnen gebeurt als een kind niet wil doen wat jij wilt, en
snapt dat er achter heftig gedrag altijd een onvervulde behoefte schuil gaat.
Een mooi verhaal van Luc Stevens dat ik vond op http://www.hetkind.org illustreert dit:

“…Terwijl zij op een ochtend de poppenkast gereed maakt en de kinderen zich daaromheen scharen, hoort ze ineens uit de mond van Ferrie, een van haar vierjarigen: “vuil, vies rotwijf”. Iedereen schrikt en wacht af. De juf loopt naar Ferrie en vraagt: “Ferrie, wat is er?”. “M’n zussie zit niet goed”. “Nou”, zegt de juf, “dan geven wij je zussie toch een andere plaats”. De juf en Ferrie kennen elkaar nog maar net. De volgende anderhalf jaar is er geen onvertogen woord meer gevallen. Ferrie en zijn juf konden het goed vinden.

Wat is hier gebeurd? De juf heeft Ferrie’s gescheld geaccepteerd zoals het was, gescheld, en zich onmiddellijk gewend tot de betekenis ervan: “Ferrie, wat is er?”. De juf gaat hiermee voorbij aan de uitdaging of de schoffering en zoekt naar wat het kind wil zeggen. Ferrie gaat ver buiten de fatsoensnorm, maar de juf voelt zich niet aangesproken: zij oordeelt niet, laat het zoals het is, omdat op dat moment voor haar de boosheid van het kind belangrijker is. Zij oriënteert zich op het kind en op zijn beleving van dat moment en probeert daarvoor een uitweg of een oplossing te vinden.

Wat gebeurt er met Ferrie? Hij ervaart dat zijn juf hem accepteert met zijn sores en wel onvoorwaardelijk. De juf begint niet over zijn gedrag dat niet kan, maar zoekt hém, Ferrie, en wat hem op dat moment zo hevig bezighoudt. Hij wordt door de juf gezien zoals hij is, hij wordt door haar erkend, serieus genomen. De juf neemt niet zijn gescheld serieus, maar Ferrie. En haar voorstel om zijn zussie een andere plaats te geven bekrachtigt dat. Ferrie weet dat zijn juf hem ziet en wil snappen…”

De leerkracht die mij de vraag aan het begin van dit blog stelde kwam aan het eind van de workshop naar mij toe. Zij vertelde me dat ik haar getriggerd had. Zij was zelf iemand die ‘braaf’ deed wat haar werd opgedragen en kon zich eigenlijk niet voorstellen dat je ergens tegen in gaat. Het mooie is dat zowel in ‘braaf’ zijn als in ‘opstandig’ zijn een behoefte verscholen zit.

En, hoe is dat voor jou? Welke kinderen triggeren jou? Lukt het jou om voorbij de schoffering of de uitdaging te gaan, contact te zoeken met het kind en te achterhalen wat de achterliggende behoefte is? En wat gebeurt er als je dit doet?

Laat een reactie of vraag achter bij opmerkingen!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Vinger aan de pols!

Terwijl de schilders bezig zijn mijn huis mooi te maken, ik van kamer naar kamer gestuurd wordt omdat ze net daar moeten zijn waar ik ben, de temperaturen zomers blijven, bedacht ik me dat het misschien wel een goed moment is om deze week de thermometer in de klas te steken! Eens even temperaturen hoe de stand van zaken is. Hoe ervaren de kinderen de sfeer in de groep? Hoe ervaren ze de relatie met jou? Hoe ervaren ze de relatie met de andere kinderen?
lampionDe Thermometer (met dank aan Suzette voor de vormgeving) is eigenlijk een heel simpel instrument om de vinger aan de pols te houden m.b.t. de sfeer in de groep. Kinderen krijgen allemaal een A-4tje met daarop drie vragen. Je vraagt ze een cijfer te geven van 1 – 10 of van 1- 8, waarbij een 1 staat voor helemaal niet fijn en een 10 staat voor heel erg fijn. Bij een score van een 6 of lager voer je later even kort een gesprekje met deze leerling om te horen waarom hij of zij deze score heeft gegeven. En wat er zou moeten veranderen om de score hoger te krijgen.

Laat je verrassen door de resultaten. Soms zijn kleine dingen voor kinderen heel erg bepalend voor hoe zij zich voelen in de klas. Ik herinner me een leerkracht die te horen kreeg dat hij altijd zo boos keek en dat het kind dacht dat hij dus vaak boos op hem was. of een leerling die last heeft van de geluiden die een leerling naast haar maakt. etc. Het kost je weinig tijd om af te nemen en het levert je soms veel informatie op waar je vrij snel iets aan kan doen.

Het kan ook zijn dat er iets uitkomt wat speelt op groepsnivo, dan is dat een mooie aanleiding om dit met de groep te gaan bespreken. Stel uit de gesprekjes die je gevoerd hebt wordt duidelijk dat het buiten spelen veel gedoe oplevert. Kinderen maken ruzie, zijn het oneens met de spelregels die gehanteerd worden of willen niet accepteren dat er iemand is die de leiding neemt. In het kader van het bepalen van de pikorde, een zeer belangrijk onderwerp om aan de orde te stellen!

Verdeel de klas in groepjes van vier. Geef ze de opdracht om een spel te ontwerpen zonder spelregels. En kijk dan eens wat er gebeurt. Observeer, maak aantekeningen. Wat zie je gebeuren? Wie pakt het initiatief? Wie laat het zich aanleunen? Bespreek dit na verloop van tijd met elkaar. Heb je meteen een mooie les Burgerschap! Waarom hebben we regels nodig? Wat gebeurt er dan?Zonder regels zou iedereen doen waar hij zelf zin in heeft zonder rekening te houden met anderen.

En daarna kun je in gesprek gaan over voor wie het makkelijk is om zich aan de regels van een spel te houden, wie gaat de discussie aan,

S peel een Spel samen

P raat erover wie de leiding heeft

E valueer het spel met elkaar in de klas

L eer van de successen en de fouten

En natuurlijk hoor ik graag van jou wat de temperatuur in jouw klas is! Laat hieronder of (als je anoniem prettiger vindt) stuur een mail met daarin het thema dat speelt in jouw groep. Zo inspireer je mij weer om daar een volgende keer op in te gaan!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegene die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

De Pikorde!

pikorde2In Noord is de stormingsfase echt bezig, en in Midden en Zuid begint het te komen. En misschien denk je wel “…begint te komen!? Het is in volle gang!…”. In de Stormingfase wordt de pikorde in de klas bepaalt. Met het regelen van de pikorde, regelen kinderen onderling hun veiligheid. In iedere groep wordt een pikorde bepaald, en hoe hoger je in de pikorde zit, hoe veiliger het is. Dat werkt ook zo in de maatschappij, onze hele samenleving is eigenlijk op dit principe gebaseerd.

Kippen leven in groepen. Een haan heeft meestal zo’n vijf tot tien hennen. En om zo’n groep in toom te houden zijn er regels. De rangorde geeft aan wie de beste plek (zitstok) in het hok heeft en wie de eerste hapjes voer krijgt. De hoogst geplaatste hennen, pikken de anderen op hun kop. De iets lager geplaatste hennen pikken de nog lager geplaatste etc. Het is een rangorde, waarin iedereen zijn plek heeft. Het pikken is vrij onschuldig en betekent zoiets als “hoepel op jij, wie denk je dat je voor je hebt”. De pikorde! (Ik moet denken aan een teamkamer waar ‘vaste plaatsen’ ontstaan. En wat er gebeurt als je op iemand ‘zijn’ stoel gaat zitten). Die pikorde bepalen is dus helemaal niet fout. Het middel dat er soms voor gebruikt wordt wel; pesten. En daarom is dit de fase waarin jij als leerkracht heel alert moet zijn op wat er gebeurd en hoe het gebeurd. Wij moeten de veiligheid samen met de kinderen regelen en het ze niet zelf laten uitzoeken. Want als je het aan de groep overlaat heb je voordat je het weet een kippenhok! Net als in de klas wordt de rangorde niet bepaald door jou als leerkracht, maar door de leerlingen. De ‘hennen’ bepalen de pikorde, de ‘haan’ houdt de supervisie. En ook hier jouw rol: jij houdt de boel wel in de gaten. Zo kunnen pestkoppen tot de orde worden geroepen en pispaaltjes extra worden beschermd.

In deze fase is het belangrijk dat steeds de missie van de groep centraal staat (zie blog van 24 aug). Je werkt regelgestuurd aan gedrag en je reflecteert vooral met kinderen op gedrag. Daarbij maak je veel gebruik van voorbeeldgedrag. Wat je hier doet is kinderen helpen bewust te worden van gedrag, wat werkt stimulerend en wat werkt belemmerend.

Stel je ziet een leerling een andere leerling helpen bij iets wat hij moeilijk vindt. Je benoemt de kwaliteit: “Margo ik zie dat jij Maaike helpt bij iets wat zij moeilijk vindt. Fijn dat jij je behulpzaamheid inzet. Dat geeft Maaike vast een fijn gevoel”. Je vraagt vervolgens aan de klas: “Is Behulpzaamheid iets wat ons dichter bij onze groepswens brengt? Ja, dan zet ik hem er bij!” En zo kun je deze kwaliteit gaan inbrengen en opmerken elke keer wanneer je hem ziet. En het omgekeerde ook. Je ziet een kind iets doen wat niet bijdraagt aan de groepsmissie. Bespreek dit en onderzoek hoe het anders kan, oefen dat eventueel in een rollenspel.

Plan dagelijks 20 – 30 minuten tijd in om dit met de klas te kunnen doen. Neem groepsvorming serieus in deze fase!

Een variant is dat je elke week een kwaliteit of deugd centraal zet waar jullie extra op gaan letten omdat het jullie dichter bij jullie groepswens brengt. Aan het eind van de dag kijk je terug en vraagt de kinderen kinderen wie volgens hen ……….,en dan noem je de kwaliteit of deugd, is geweest.

Houd er in deze fase rekening mee dat wanneer je een kind corrigeert op gedrag ten pikordeoverstaande van de hele groep er nog een pikordeander programma op de achtergrond meewerkt. Namelijk: hoe zorg ik er voor dat ik niet af ga in de ogen van de andere kinderen (de pikorde). Jij spreekt bijvoorbeeld Michael aan omdat hij grensoverschrijdend gedrag laat zien. Michael geeft jou een bijdehante opmerking, waardoor de klas moet lachen (opluchting bij Michael; ik heb mijn gezicht gered). Hij krijgt straf van jou maar dat is minder erg, dan gezichtsverlies. Als je deze thematiek snapt, dan snap je ook waarom het vaak handiger is om even naar een leerling toe te stappen, contact te maken en daarna een gedragsinstructie te geven.

Als je dit waardeert dan zou ik het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegene die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Wat gebeurt er in jouw klas op het gebied van de pikorde bepalen? Hoe gaat dat er aan toe? Of heb je een vraag? Deel dit met ons in het commentaarveld hieronder!