Je bent zo mooi Anders!

                                                               Je bent zo
jij bent zo mooi andersmooi
anders
dan ik,

natuurlijk
niet meer of
minder
maar

zo mooi
anders,

ik zou je
nooit
anders dan anders willen.

                                                               (gedicht van Hans Andreus)

Ik voelde me als kind altijd al ‘Anders’. Ik was 5 of 6 jaar toen ik van Friesland naar Holland verhuisde. Thuis spraken wij Fries; mijn thuistaal, myn memmetaal. Ik begreep niet altijd alle woorden. Zelfs toen ik op de P.A. zat kan ik me nog een les herinneren waarin we galgje deden. Het woord dat geraden moest worden was quillotine. Ik had er nog nooit van gehoord. Dus dat zei ik. Ik geloof dat ik toen als reactie kreeg “ als je niet weet wat dat betekent, moet je je afvragen wat je hier doet..”. Ik voelde me vooral dom.

Kinderen die ‘Anders’ zijn

Kinderen die ‘Anders’ zijn worden vaak gepest, lees ik in het counselling magazine. Ja dat herken ik. Het ‘Anders’ zijn hangt af van wat ‘Normaal’ is in de groep. Dus de ene keer kan het zijn omdat je “slimmer bent dan…” of de andere keer omdat je “dommer bent dan…” of wanneer je “stiller bent dan…” of juist “brutaler bent dan…of viool speelt terwijl de rest voetbalt…” .

Kinderen met een Ontwikkelingsstoornis zijn ook ‘Anders’. Bij ontwikkelingsstoornissen hapert vaak de sociale ontwikkeling. “In welke mate is het belangrijk dat we aandacht besteden aan het ‘Anders’ zijn? vraagt Martine Delfos in ditzelfde artikel”. Deze vraag sluit aan bij mijn vragen. Ik hoor steeds vaker dat kinderen buikpijn hebben omdat ze bang zijn. Uit gesprekken blijkt dan dat dit soms te maken heeft met het ‘Anders’ zijn van andere kinderen. Kinderen die onvoorspelbaar zijn, niet doen wat andere kinderen van hen verwachten. Een verlies-verlies situatie. De ene leerling trekt zich terug omdat hij de onvoorspelbaarheid niet kan hanteren en de andere leerling wordt zo veel mogelijk vermeden, buitengesloten.

Elk kind heeft recht op ongelijkheid, ook binnen de klassensituatie!kinderrechten01_1

We zijn in vele opzichten ‘Anders’. We verschillen van Dynamiek. We hebben verschillende leer en communicatiestijlen. We hebben verschillende kernkwaliteiten en sommige kinderen zijn anders omdat ze een ontwikkelingsstoornis hebben. Klasgenoten die opvallen door ander gedrag roepen vaak irritaties op met als gevolg dat kinderen sociaal buitengesloten worden. Door de klas te informeren en te begeleiden in het feit dat we allemaal anders zijn en dus ook andere dingen nodig hebben helpen we kinderen een stap verder in hun ontwikkeling. Als je begrijpt waarom Maarten altijd mag werken achter de computer en jij niet, waarom Yousef steeds zijn spullen vergeet mee te nemen of Karel altijd geluiden maakt tijdens het stil werken.

Klassengesprek

Ik hoorde een een prachtig verhaal van een leerkracht over een interventie die zij met de groep had gedaan. Zij had het Sociogram afgenomen en de uitslag (met toestemming van de klas) met de hele klas besproken. Er waren een aantal kinderen die de positie Buitengesloten hadden. Zij besprak dit met de kinderen en stelde vragen als “wie zijn de populaire kinderen in deze klas”, “wat maakt iemand populair”, “hoe voelt dat om populair?”, maar ook komt het dat veel kinderen niet met leerling x willen spelen?” of aan de Buitengesloten leerling vragen “hoe is dat voor jou dat niemand met jou wil samenspelen?”.

Een van de kinderen heeft een stoornis in het Autistisch Spectrum, ik noem haar Lieke. De kinderen geven in dit gesprek aan dat ze tijdens het spelen van trefbal de bal zo lang vast houdt, dat dat hun irriteert. Lieke vertelt dan dat als zij de bal heeft en er 10 kinderen tegelijk naar haar beginnen te schreeuwen: “Hier, hier, hier of Lieke gooi etc” zij in de war raakt van al die opdrachten en niet kan kiezen naar wie ze de boel moet gooien. De juf vraagt haar wat voor haar wel prettig is. “Dat ze niet naar mij roepen, dan kan ik beter kiezen”. Aansluitend geeft de juf ook wat informatie over hoe dat voor Lieke werkt. Kinderen begrijpen nu veel beter wat er gebeurt en willen Lieke hierin graag ondersteunen.

ADHDNog een voorbeeld: Mark heeft ADHD. Hij geeft aan dat hij graag met andere kinderen zou willen spelen tijdens het buitenspelen maar ook na schooltijd. Zijn klasgenoten reageren verbaasd. Ze hebben namelijk de indruk dat Mark helemaal niet van samenspelen houdt. Mark geeft aan dat hij wel van samenspelen houdt, maar dat hij niet van alle spelletjes houdt die zij met elkaar spelen. En dan doet hij liever niet mee. Ook hier praten de kinderen over door en vragen aan Mark wat hij prettig zou vinden. Ze spreken af dat ze wel aan Mark blijven vragen of hij mee wil spelen, maar dat Mark de ruimte heeft om nee te zeggen. Niet omdat hij niet met de kinderen wil spelen, maar omdat hij het spelletje niet leuk vindt.

It takes a village to raise a child

En een leerkracht die kinderen de gelegenheid geeft om vragen aan elkaar te stellen, naar elkaar te luisteren en behoeftes uit te spreken.

Hoe help jij kinderen omgaan met het ‘Anders’ zijn?

Hoe help jij kinderen elkaar beter te begrijpen?

Ik ben benieuwd welk Inzicht dit blog jou oplevert! Laat een reactie achter in het commentaar veld!

Zorg dat je het Verschil maakt!

Als je mijn blog waardeert wil je dit artikel dan delen met jouw netwerk zodat ook collega leerkrachten, intern begeleiders kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

En wil je iets terugdoen? Zou je mij dan willen helpen mijn Facebookpagina KlassenKracht meer zichtbaar te maken door een like te geven? Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

een verschillige groet,

Jelly.

Wat is jouw conflictstijl?

klompConflicten…ik was er als kind goed in! Ik had twee stijlen: Vechten (soms met een klomp in mijn rechterhand) of heel hard wegrennen als ik dacht “dit ga ik niet winnen”. Ik had en heb een enorme moeite met onrecht. Dus wie of wat het ook was, ik sprong op de bres als er onrecht in het geding was. En de strategie die ik hanteerde was gebaseerd op winnen en zeker niet op verliezen. Ik kan me niet herinneren dat ik op school geleerd heb om conflicten op een goede manier op te lossen.

Dit maakte dat ik als volwassene conflicten lastig vond. Want ik had maar twee strategieën tot mijn beschikking: vechten of vluchten. Om nu met een klomp mijn collega’s te lijf te gaan was natuurlijk geen optie, en dus liet ik de dingen maar gebeuren, trok me meer terug in mijn eigen bezigheden en koos banen waarin ik veel ruimte had om mijn eigen ding te kunnen doen.

Voor wie in zijn leven een keer uit de bocht gevlogen is, weet dat je vroeg of laat in de knel komt. Want hoe zorg ik nu voor mijn eigen belangen, en ga ik niet voorbij aan het belang van de ander. Of hoe zorg ik nu voor de balangen van de ander zonder mijn eigen belang uit het oog te verliezen? Oftewel hoe kan ik van situaties met belangentegenstellingen een win-win situatie maken?

Wat gebeurt er bij een conflict?

Er is een aanleiding. A zegt of doet iets en dat botst met de belangen of opvattingen van B. Dit roept bij B gevoelens op van woede, verdriet of angst. Deze gevoelens verhinderen om te zien waarom A zo handelde. B reageert agressief.

Doordat de emoties overheersen komt B er niet toe de wensen of belangen achter die eigen emoties helder te krijgen. Er is een conflict.

Zo zijn er verschillende soorten conflicten:

Belangenconflicten: hier gaat het om het bezit of het gebruik van materialen. “Die nietmachine is van mij! Nee! Die is van mij!”
Waardenconflicten: hier gaat het om botsende waarden en normen “Dat doe je toch niet zo?”
Machtsconflicten: hier gaat het om de vraag “wie is hier de baas”
Veel conflicten zijn een mengvorm van deze drie.

Nu zijn er twee dingen voor ons mensen heel erg belangrijk: enerzijds willen we onze doelen realiseren (assertiviteit) en anderzijds willen we de relatie met de ander goed houden (coöperativiteit).

Dit spanningsveld hebben Thomas & Kilman in een assenmodel geplaatst. Zij hebben vijf verschillende manieren beschreven hoe mensen met tegenstrijdige belangen (conflicten) omgaan:

Vechten, doordrukken,test-killmantest-killman
Vermijden,
Toegeven,
Samenwerken
Compromis sluiten

Jullie hebben als team met elkaar afgesproken dat je ’s morgens bij de deur van je lokaal staat. Je ziet dat een collega dat niet meer doet. Wat doe jij?

En wat als je weet dat deze collega boos reageert met een “bemoei jij je met je eigen zaken?”. Slik je het in? Of ga je het gesprek aan?

Sommige collega’s komen altijd te laat op de vergadering. Je ergert je er aan. Je wilt op tijd beginnen en op tijd naar huis.

Sommige collega’s zitten tijdens de vergadering onder tafel te what’s appen. Je irriteert je aan het niet betrokken zijn van je collega.

De directeur plant een vergadering. Je vindt dat dat niet kan omdat het programma al te vol is.

Wat doe je? Slik je het in? Of ga je het gesprek aan?

Wat is jouw conflictstijl? Doe de conflicthanteringstest

Als je in de lijn van het blog van vorige week merkt dat je conflicten lastig vindt, raad ik je aan te oefenen. Hoe kun jij zeggen waar je last van hebt, zonder dat je van je voeten geblazen wordt of heel kwaad wordt.

Als we kinderen willen leren conflicten op te lossen vanuit een win – win zullen we dit ook als volwassenen moeten doen!

Zorg dat je het Verschil maakt!

Kun jij je belangen goed behartigen, daarbij rekening houdend met de belangen van de ander?

Laat een reactie of vraag achter bij opmerkingen!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Rotwijf!

anger“Schuilt er achter negatief gedrag van kinderen altijd een onvervulde behoefte?”, vraagt een deelnemer mij tijdens de workshop Pedagogische Tact.

De workshop gaat over hoe je omgaat met kinderen die dwars, brutaal en weigerachtig gedrag vertonen. Ik introduceer een ervaringsoefening. Wat gebeurt er als A iets wil wat B niet wil? Wat ervaar je dan intern? Wat voel je? Wat denk je? Wat doe je? Wat zou je willen doen? Wanneer ervaart de ander dat hij zijn strijd kan loslaten?

Eén deelnemer zegt heel treffend “ik vond het heerlijk om te voelen dat ik de macht had”, en een andere deelnemer verwoordt hoe machteloos zij zich voelde omdat ze de ander niet in beweging kreeg. Weer een ander zegt “ik wist het niet meer en ben er maar gewoon naast gaan zitten en met haar meegegaan”. Anderen zetten creativiteit, speelsheid, verleiding en contact maken in, om de ander uit zijn “Nee, ik wil niet” te halen.

De kunst van het omgaan met weigerachtig gedrag is niet ingaan op het gedrag op de voorgrond, maar via de achterdeur contact te maken met het kind. Daarvoor is het nodig dat je:

contact hebt met wat er bij jou van binnen gebeurt als een kind niet wil doen wat jij wilt, en
snapt dat er achter heftig gedrag altijd een onvervulde behoefte schuil gaat.
Een mooi verhaal van Luc Stevens dat ik vond op http://www.hetkind.org illustreert dit:

“…Terwijl zij op een ochtend de poppenkast gereed maakt en de kinderen zich daaromheen scharen, hoort ze ineens uit de mond van Ferrie, een van haar vierjarigen: “vuil, vies rotwijf”. Iedereen schrikt en wacht af. De juf loopt naar Ferrie en vraagt: “Ferrie, wat is er?”. “M’n zussie zit niet goed”. “Nou”, zegt de juf, “dan geven wij je zussie toch een andere plaats”. De juf en Ferrie kennen elkaar nog maar net. De volgende anderhalf jaar is er geen onvertogen woord meer gevallen. Ferrie en zijn juf konden het goed vinden.

Wat is hier gebeurd? De juf heeft Ferrie’s gescheld geaccepteerd zoals het was, gescheld, en zich onmiddellijk gewend tot de betekenis ervan: “Ferrie, wat is er?”. De juf gaat hiermee voorbij aan de uitdaging of de schoffering en zoekt naar wat het kind wil zeggen. Ferrie gaat ver buiten de fatsoensnorm, maar de juf voelt zich niet aangesproken: zij oordeelt niet, laat het zoals het is, omdat op dat moment voor haar de boosheid van het kind belangrijker is. Zij oriënteert zich op het kind en op zijn beleving van dat moment en probeert daarvoor een uitweg of een oplossing te vinden.

Wat gebeurt er met Ferrie? Hij ervaart dat zijn juf hem accepteert met zijn sores en wel onvoorwaardelijk. De juf begint niet over zijn gedrag dat niet kan, maar zoekt hém, Ferrie, en wat hem op dat moment zo hevig bezighoudt. Hij wordt door de juf gezien zoals hij is, hij wordt door haar erkend, serieus genomen. De juf neemt niet zijn gescheld serieus, maar Ferrie. En haar voorstel om zijn zussie een andere plaats te geven bekrachtigt dat. Ferrie weet dat zijn juf hem ziet en wil snappen…”

De leerkracht die mij de vraag aan het begin van dit blog stelde kwam aan het eind van de workshop naar mij toe. Zij vertelde me dat ik haar getriggerd had. Zij was zelf iemand die ‘braaf’ deed wat haar werd opgedragen en kon zich eigenlijk niet voorstellen dat je ergens tegen in gaat. Het mooie is dat zowel in ‘braaf’ zijn als in ‘opstandig’ zijn een behoefte verscholen zit.

En, hoe is dat voor jou? Welke kinderen triggeren jou? Lukt het jou om voorbij de schoffering of de uitdaging te gaan, contact te zoeken met het kind en te achterhalen wat de achterliggende behoefte is? En wat gebeurt er als je dit doet?

Laat een reactie of vraag achter bij opmerkingen!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegenen die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Vinger aan de pols!

Terwijl de schilders bezig zijn mijn huis mooi te maken, ik van kamer naar kamer gestuurd wordt omdat ze net daar moeten zijn waar ik ben, de temperaturen zomers blijven, bedacht ik me dat het misschien wel een goed moment is om deze week de thermometer in de klas te steken! Eens even temperaturen hoe de stand van zaken is. Hoe ervaren de kinderen de sfeer in de groep? Hoe ervaren ze de relatie met jou? Hoe ervaren ze de relatie met de andere kinderen?
lampionDe Thermometer (met dank aan Suzette voor de vormgeving) is eigenlijk een heel simpel instrument om de vinger aan de pols te houden m.b.t. de sfeer in de groep. Kinderen krijgen allemaal een A-4tje met daarop drie vragen. Je vraagt ze een cijfer te geven van 1 – 10 of van 1- 8, waarbij een 1 staat voor helemaal niet fijn en een 10 staat voor heel erg fijn. Bij een score van een 6 of lager voer je later even kort een gesprekje met deze leerling om te horen waarom hij of zij deze score heeft gegeven. En wat er zou moeten veranderen om de score hoger te krijgen.

Laat je verrassen door de resultaten. Soms zijn kleine dingen voor kinderen heel erg bepalend voor hoe zij zich voelen in de klas. Ik herinner me een leerkracht die te horen kreeg dat hij altijd zo boos keek en dat het kind dacht dat hij dus vaak boos op hem was. of een leerling die last heeft van de geluiden die een leerling naast haar maakt. etc. Het kost je weinig tijd om af te nemen en het levert je soms veel informatie op waar je vrij snel iets aan kan doen.

Het kan ook zijn dat er iets uitkomt wat speelt op groepsnivo, dan is dat een mooie aanleiding om dit met de groep te gaan bespreken. Stel uit de gesprekjes die je gevoerd hebt wordt duidelijk dat het buiten spelen veel gedoe oplevert. Kinderen maken ruzie, zijn het oneens met de spelregels die gehanteerd worden of willen niet accepteren dat er iemand is die de leiding neemt. In het kader van het bepalen van de pikorde, een zeer belangrijk onderwerp om aan de orde te stellen!

Verdeel de klas in groepjes van vier. Geef ze de opdracht om een spel te ontwerpen zonder spelregels. En kijk dan eens wat er gebeurt. Observeer, maak aantekeningen. Wat zie je gebeuren? Wie pakt het initiatief? Wie laat het zich aanleunen? Bespreek dit na verloop van tijd met elkaar. Heb je meteen een mooie les Burgerschap! Waarom hebben we regels nodig? Wat gebeurt er dan?Zonder regels zou iedereen doen waar hij zelf zin in heeft zonder rekening te houden met anderen.

En daarna kun je in gesprek gaan over voor wie het makkelijk is om zich aan de regels van een spel te houden, wie gaat de discussie aan,

S peel een Spel samen

P raat erover wie de leiding heeft

E valueer het spel met elkaar in de klas

L eer van de successen en de fouten

En natuurlijk hoor ik graag van jou wat de temperatuur in jouw klas is! Laat hieronder of (als je anoniem prettiger vindt) stuur een mail met daarin het thema dat speelt in jouw groep. Zo inspireer je mij weer om daar een volgende keer op in te gaan!

Als je mijn blog waardeert dan hoor ik dat graag en ik zou het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegene die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

De Pikorde!

pikorde2In Noord is de stormingsfase echt bezig, en in Midden en Zuid begint het te komen. En misschien denk je wel “…begint te komen!? Het is in volle gang!…”. In de Stormingfase wordt de pikorde in de klas bepaalt. Met het regelen van de pikorde, regelen kinderen onderling hun veiligheid. In iedere groep wordt een pikorde bepaald, en hoe hoger je in de pikorde zit, hoe veiliger het is. Dat werkt ook zo in de maatschappij, onze hele samenleving is eigenlijk op dit principe gebaseerd.

Kippen leven in groepen. Een haan heeft meestal zo’n vijf tot tien hennen. En om zo’n groep in toom te houden zijn er regels. De rangorde geeft aan wie de beste plek (zitstok) in het hok heeft en wie de eerste hapjes voer krijgt. De hoogst geplaatste hennen, pikken de anderen op hun kop. De iets lager geplaatste hennen pikken de nog lager geplaatste etc. Het is een rangorde, waarin iedereen zijn plek heeft. Het pikken is vrij onschuldig en betekent zoiets als “hoepel op jij, wie denk je dat je voor je hebt”. De pikorde! (Ik moet denken aan een teamkamer waar ‘vaste plaatsen’ ontstaan. En wat er gebeurt als je op iemand ‘zijn’ stoel gaat zitten). Die pikorde bepalen is dus helemaal niet fout. Het middel dat er soms voor gebruikt wordt wel; pesten. En daarom is dit de fase waarin jij als leerkracht heel alert moet zijn op wat er gebeurd en hoe het gebeurd. Wij moeten de veiligheid samen met de kinderen regelen en het ze niet zelf laten uitzoeken. Want als je het aan de groep overlaat heb je voordat je het weet een kippenhok! Net als in de klas wordt de rangorde niet bepaald door jou als leerkracht, maar door de leerlingen. De ‘hennen’ bepalen de pikorde, de ‘haan’ houdt de supervisie. En ook hier jouw rol: jij houdt de boel wel in de gaten. Zo kunnen pestkoppen tot de orde worden geroepen en pispaaltjes extra worden beschermd.

In deze fase is het belangrijk dat steeds de missie van de groep centraal staat (zie blog van 24 aug). Je werkt regelgestuurd aan gedrag en je reflecteert vooral met kinderen op gedrag. Daarbij maak je veel gebruik van voorbeeldgedrag. Wat je hier doet is kinderen helpen bewust te worden van gedrag, wat werkt stimulerend en wat werkt belemmerend.

Stel je ziet een leerling een andere leerling helpen bij iets wat hij moeilijk vindt. Je benoemt de kwaliteit: “Margo ik zie dat jij Maaike helpt bij iets wat zij moeilijk vindt. Fijn dat jij je behulpzaamheid inzet. Dat geeft Maaike vast een fijn gevoel”. Je vraagt vervolgens aan de klas: “Is Behulpzaamheid iets wat ons dichter bij onze groepswens brengt? Ja, dan zet ik hem er bij!” En zo kun je deze kwaliteit gaan inbrengen en opmerken elke keer wanneer je hem ziet. En het omgekeerde ook. Je ziet een kind iets doen wat niet bijdraagt aan de groepsmissie. Bespreek dit en onderzoek hoe het anders kan, oefen dat eventueel in een rollenspel.

Plan dagelijks 20 – 30 minuten tijd in om dit met de klas te kunnen doen. Neem groepsvorming serieus in deze fase!

Een variant is dat je elke week een kwaliteit of deugd centraal zet waar jullie extra op gaan letten omdat het jullie dichter bij jullie groepswens brengt. Aan het eind van de dag kijk je terug en vraagt de kinderen kinderen wie volgens hen ……….,en dan noem je de kwaliteit of deugd, is geweest.

Houd er in deze fase rekening mee dat wanneer je een kind corrigeert op gedrag ten pikordeoverstaande van de hele groep er nog een pikordeander programma op de achtergrond meewerkt. Namelijk: hoe zorg ik er voor dat ik niet af ga in de ogen van de andere kinderen (de pikorde). Jij spreekt bijvoorbeeld Michael aan omdat hij grensoverschrijdend gedrag laat zien. Michael geeft jou een bijdehante opmerking, waardoor de klas moet lachen (opluchting bij Michael; ik heb mijn gezicht gered). Hij krijgt straf van jou maar dat is minder erg, dan gezichtsverlies. Als je deze thematiek snapt, dan snap je ook waarom het vaak handiger is om even naar een leerling toe te stappen, contact te maken en daarna een gedragsinstructie te geven.

Als je dit waardeert dan zou ik het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegene die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

Wat gebeurt er in jouw klas op het gebied van de pikorde bepalen? Hoe gaat dat er aan toe? Of heb je een vraag? Deel dit met ons in het commentaarveld hieronder!

Leraar voelt zich vaak onmachtig

Kopte de Volkskrant afgelopen woensdag. In mijn herinnering ga ik onmiddellijk terug naar een situatie zo’n 30 jaar geleden. Ik was denk ik twee jaar leerkracht. Viel in voor een zieke collega en kreeg het aan de stok met een meisje in die klas. Zij wilde niet doen wat ik vroeg. En dat herhaaldelijk. Ze verstoorde de les en ik kreeg haar niet mee. Er was duidelijk een ‘strijd om de macht’ gaande. Ik voelde me machteloos. Ten einde raad ‘verzocht’ ik haar de klas te verlaten: “En nu eruit!!”

En dat deed zer uite niet. Wat nu!? Ook ik maakte me schuldig aan het vergrijp van haar vastpakken en haar met ‘dwingende’ hand de klas uit te zetten. Het ergste was eigenlijk nog wat ik dacht. Dit meisje haar linkerarm zat in het gips. Ik dacht “ook al breek ik zo meteen je andere arm, eruit ga je…!”. Van die gedachte schrok ik enorm. En ik verslapte mijn greep onmiddellijk.

Waar waren al mijn pedagogische opvattingen, meningen gebleven over hoe kinderen op te voeden en te begeleiden? Ik had heus wel een verantwoorde pedagogische visie. Maar die was ver te zoeken op het moment dat ik me ‘bedreigd’ voelde en mijn angstmechanisme het van mij overnam.

Dit voorval noem ik vaak in mijn trainingen omdat ik van binnen uit weet hoe machteloosheid voelt en hoe het je soms tot handelingen brengt waar ik tot op de dag van vandaag niet trots ben. Ik snap hoe het werkt, maar dat is geen excuus. Dit voorval is voor mij de aanleiding geweest om met mezelf het onderzoek te doen naar hoe het ‘zo ver was gekomen’.

De omgekeerde versie ken ik ook. Het was een warme zomerse dag en ik kreeg het aanmachteloosheid de stok met mijn wiskunde docent. Een leerling snapte iets niet en hij was niet bereid om het uit te leggen (in mijn ogen, mijn waarheid!). Gewapend met dit onrecht ging ik de strijd aan. En stevig ook kan ik je vertellen. Ten einde raad moest ik van de docent het lokaal verlaten. En dat deed ik niet. Ik bleef zitten waar ik zat. Ik vond zijn handelen zeer onrechtvaardig en dus bleef ik zitten. Ik zei nog heel stoer: “de enige manier om mij hier weg te krijgen is via het raam”. Want daar zat ik naast en dat stond open. De docent verliet toen op hoge poten het lokaal. Ik had ‘gewonnen’. Maar ook hier hield op latere leeftijd mij de vraag bezig “wat maakte dat ik zo de strijd aanging?”.

Henk Galenkamp heeft een prachtig boek geschreven met de titel ‘Bang voor Boos’. Een aanrader! Als een leerling grensoverschrijdend gedrag vertoont kan dit jouw gevoel van veiligheid aantasten. Dit roept angst op. Als je je angstig voelt neemt je reptielenbrein het over. Het schakelt het vecht-/vlucht- of bevriezingsmechanisme in. Het gedrag van de ander ‘herinnert’ je aan de momente dat je in jouw veiligheid bent aangetast (meestal op jonge leeftijd) en toen niets aan de situatie kon veranderen. Leerlingen die niet doen wat jij van ze vraagt, kunnen jouw in het hier en nu triggeren, op iets wat hoort bij het toen en daar. Dit maakt dat jij je bedreigd voelt (maar daar zijn we ons vaak niet bewust van).

Bij grensoverschrijdend gedrag past de emotie boos. Deze boosheid maakt dat je een halt roept aan dit grensoverschrijdende gedrag. Door in deze situatie te reageren met ‘vechten’ of ‘vluchten’ roep je geen halt toe aan het grensoverschrijdende gedrag van de ander. En dit is het onderzoeksgebied van jou als leerkracht, als mens. Wanneer kom jij daar terecht. Wanneer voel jij je machteloos of angstig? Wat zijn jouw triggers? Wat moeten leerilingen doen om jou over de rooie krijgen? Welk gedrag maakt dat jij je bedreigd voelt? Wat moeten ze doen om jou echt heel boos of heel machteloos te laten voelen en hoe ga je dan reageren?

ijsberg, boven en onder waterAls je dat van jezelf weet kun je onderzoeken wat de achtergronden zijn van je triggers. Dat zijn namelijk de dingen die in jou ‘onderwater-programma’ zitten. Dat heeft niets met de leerling te maken. Het heeft alles te maken met situaties waarin jij je ooit angstig en machteloos gevoeld hebt en niet in staat was om iets aan die situatie te veranderen. De leerling maakt dit in feite alleen maar ‘los’. Dat wat onder de waterspiegel van de welbekende ijsberg zit komt voort uit wie je bent, wat je waarden zijn, welke ervaringen je hebt opgedaan, hoe je bent opgevoed, hoe jij vindt dat je met elkaar moet omgaan etc. Het lastige van dit thema is dat je je hiervan vaak niet bewust bent. En dat maakt het ook zo moeilijk om dit te veranderen. Een training of coaching helpt je om je hier bewust van te worden. Zorg dat je je je grens kunt bewaken op en heldere, duidelijke en krachtige manier. Van binnen en van buiten.

Omgekeerd speelt zich in feite hetzelfde patroon af. Het kind voelt zich bedreigd en ‘installeert’ ook zijn vecht/vlucht mechanisme. Het resultaat: twee botsende ijsbergen. Vanuit het kind is het ook belangijk om te weten wat zijn of haar triggers zijn. In een een ontspannen sfeer, is het niet moeilijk om sensitief en responsief te zijn, maar juist als het spannend wordt dan verliezen we het overzicht en worden we in de situatie “gezogen”.

Als je jezelf niet herkent in ‘vechten’ kijk dan eens of je jezelf herkent in ‘vluchten’ of in ‘bevriezen’. Ik zie ook vaak leerkrachten niet reageren op grensoverschrijdend gedrag. En zij ‘kiezen’ dus een andere route.

Mijn belangrijkste tips hier zijn:

  1. Onderzoek hoe jij omgaat met grensoverschrijdend gedrag?
  2. Ga voor jezelf na wat jouw triggers zijn. Wanneer wordt jij ècht boos?
  3. Bespreek dit met collega’s en zoek naar oplossingen. Zorg voor een ‘Eerste Hulp Bij Triggermomenten’.
  4. Ga op tijd de klas uit en laat je niet meesleuren door je ‘onderwaterprogramma’.
  5. Doorbreek het taboe en deel dit met elkaar. Je zult verbaast zijn hoeveel collega’s je hebt die dit herkennen.
  6. Volg een training of coaching als je merkt dat het je in de weg zit.
  7. Lees: ‘Bang voor Boos’ van Henk Galenkamp

Tot slot: realiseer je hoeveel meer je voor de kinderen kunt betekenen als je dit thema onder de loep neemt!

Zorg dat je het Verschil maakt!

 Afgelopen week is www.klassenkracht.nl online gegaan met als cadeau een gratis e-book Aan de slag met: GROEPSVORMING! 108 werkvormen om van een klas een Top-groep te maken. Er zijn inmiddels meer dan 130 boeken gedownoad. Het bericht is 39 keer gedeeld en meer dan 2.700 personen hebben het bericht gezien. Echt super!

Als je dit waardeert dan zou ik het heel fijn vinden als je mij wilt helpen om mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door een like te geven. Voor al diegene die dit inmiddels gedaan hebben: heel erg bedankt!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met de blogspot van Klasse(n)Kracht.

En heb jij mooie ervaringen over hoe je grensoverschrijdend gedrag een HALT toeroept? Deel dit met ons in het commentaarveld hieronder!

Ruzie maken!? Het hoort erbij!

Als ik vroeger ruzie maakte moest ik altijd naar boven, naar mijn kamer. Briesend, met het stoom uit mijn oren, stampte ik de trap op naar boven. Boven sloeg ik de deur dicht, zo hard als ik kon. En als het niet hard genoeg was, deed ik het nog eens dunnetjes over. Op dat soort momenten wilde ik het liefst de scharnieren er uit knallen!

Zo gefrustreerd was ik. Boos van de ruzie, maar nog veel bozer dat ik weggestuurd werd. Vol met gevoelens waar ik niets mee kon. Nee, ruzie maken was bij ons thuis ‘not done’.

Ik kan naar mijn kinderen in een sussende rol schieten als er onenigheid ‘dreigt’ te komen. Zelf ruzie maken heb ik inmiddels geleerd.

Ouders denken vaak dat ruzie maken niet goed is. En dat je dat zo veel mogelijk moet vermijden. Ze grijpen in, sussen de boel of bieden snel een oplossing. En zo hebben de meeste leerkrachten eigenlijk ook niet geleerd ruzie te maken en herhalen ze de strategie van hun ouders.

ruzie-makenMaar kinderen moeten juist leren ruzie te maken. (komt in een vervolg blog terug) En dat kan alleen maar door het ze te laten doen.

Hoe maak jij ruzie? Ben jij een uitdager, een susser, een ontwijker of een tot-tien-teller? Doe de test

In Noord breekt de Stormingsfase aan! De Strijd om de Macht gaat beginnen. Wie is hier de baas? Welke rol heb ik in deze groep? Hoe gaan wij hier met elkaar om?

Wees er op voorbereid! Hoe wil jij dat kinderen met elkaar strijden? Op een Win-Verlies manier, of op een Win-Win manier? Onderdruk het niet. Maar help ze om dit op een goede en respectvolle manier te doen. Kinderen moeten leren ruzie te maken. Waarom? Omdat het anders op hun eigen manier gaat en dat is meestal volgens de wet van de sterkste. Dit is een cruciale fase in groepsvorming.

Leer kinderen deze week het verschil tussen een conflict en ruzie maken. Een conflict is een verschil van mening. Je wilt allebei iets anders doen of hetzelfde hebben. Bij een conflict leer je de kinderen dat je een oplossing bedenkt waar je allebei tevreden over bent. Dit is een win-win oplossing. Ruzie is een conflict waar ook geweld bij komt kijken. Slaan, schoppen, schelden, trekken etc. Vraag kinderen hoe ze met een conflict omgaan. En hoe het voelt.  Ik noem er drie:

  1. Je loopt weg, je zegt niet wat je er van vindt. Dit zijn de ontwijkers.
  2. Je reageert agressief, je wordt driftig en slaat er op los. Dit zijn de uitdagers
  3. Je staat stevig op je benen, je komt voor jezelf op en houdt ook rekening met de ander. Dit is de toptien-teller. Hier zoek je naar een win-win oplossing.

Praat met kinderen over ruzie maken. Hoe doen ze het? Met wie hebben ze wel eens ruzie? Hoe lossen ze dat op? Is het voor spelende kinderen2allebei goed? Hoe willen we dat doen met elkaar? Wat past binnen de missie van de groep?

Doe rollenspelletjes met de kinderen. Speel het uit op een “foute” manier en op een “goede” manier. Leer ze de vaardigheden die nodig zijn om op een respectvolle manier met elkaar om te gaan. In je SEO methode vindt je vast leuke ideeën.

Let in deze periode goed op. Waar zie je het goed gaan? Bespreek dit met de kinderen. Geef ze een compliment. Koppel het aan de missie van je groep.

Maak gebruik van STORM: Vijf stappen om een Conflict op te lossen:

STAP 1: Stel vragen! Wat is het probleem?

STAP 2: Toon Respect. Laat kinderen naar elkaar luisteren (Wat ziet, voelt, denkt de ander?)

Geef ze de kans om hun verhaal te doen in de ik-vorm. Help ze met het onder woorden brengen van hun gevoelens. Hoor hun verhaal. Raak niet betrokken in het conflict. Ga niet op zoek naar DE waarheid. Er is alleen maar beleving. Blijf een buitenstaander. Vat aan het eind de situatie samen: dus als ik het goed begrijp dan is voor jou het probleem…en voor jou het probleem….klopt dat?

STAP 3: Oplossingen laten bedenken door de kinderen.

Vraag de kinderen hoe ze het probleem kunnen oplossen. Laat ze zelf voorstellen doen. En laat ze vooral meerdere oplossingen bedenken. Blijf in je rol als coach.

STAP 4: Rustig met elkaar een oplossing kiezen die voor beiden goed voelt

STAP 5: Mekaar bedanken voor de manier waarop ze het samen hebben opgelost. Sluit af met een handdruk of een boks.

Vraag later nog even of het gelukt is. Laat ze vooral zelf voor een oplossing kiezen. Geef ze vooral een compliment als ze hierin geslaagd zijn.

Jouw rol is niet de oplossing aandragen, maar jouw rol is begeleidend; je begeleidt de leerlingen bij de stappen. Boze mensen luisteren niet. Dus als je merkt dat de kinderen nog te boos zijn om te praten. Stel het uit. Het is een goede gewoonte om ruzies na schooltijd uit te praten. “Het is nu tijd om aan het werk te gaan, maar om 15.00 uur zoeken we met elkaar een oplossing”. Merk je echter dat het voor de leerling te veel interne storing geeft, zet dan de klas aan het werk en voer dit gesprek buiten de klas.

Ik hoor graag jouw ervaringen!

En jij? Mocht jij ruzie maken thuis? Of moest je de wijste zijn? Werd je net als ik naar je kamer gestuurd? Of werd de ruzie hardhandig opgelost? En hoe beïnvloed dat nu jouw visie op Ruzie maken?

Of…..? Geef hieronder je reactie op hoe jij tegen ruzie maken aankijkt en of jij vind dat je daar als leerkracht iets in kan betekenen?

Zorg dat je het Verschil maakt!

 

3 september gaat mijn gratis e-book  Aan de slag met: GROEPSVORMING! 108 wervormbinderlayingopen_550x634en om van een klas een Top-groep te maken online op www.klassenkracht.nl.

Schrijf je in en ontvang hem gratis!

 

Wil je me helpen om mijn mijn facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken onder leerkrachten? Wil je me dan een Like geven?

 

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook andere leerkrachten in jouw netwerk kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

 

 

Begin met het eind voor ogen

            “Als je niet weet waar je naar toe gaat, waai je met alle winden mee!”

Nou ik geloof dat dat voor mij heel vaak het geval was! Ik kwam altijd wel ergens en vond dat ook erg leuk of leerzaam. Maar of ik daar nu werkelijk wilde zijn of voor gekozen had…

Mijn leven ontrolde zich door de gebeurtenissen die zich aan mij voor deden. Ik gaf daar zelf niet zo bewust sturing aan.

Toen ik jaren gelden o.a ‘de 7 eigenschappen van effectief leiderschap’ las van Covey, ging er een wereld voor mij open. Zo dacht ik niet en zo leefde ik ook niet.

missie

In het kader van groepsvorming zijn de 7 eigenschappen van effectief leiderschap een mooie uitdaging om de sociale en persoonlijke ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Carla Luycx, directeur van de OBS Atlantis te Amersfoort heeft er een mooi boek (Opvoeden met Stephen Coveys 7 eigenschappen) over geschreven. Een aanrader!

Ik daag je uit om het jaar te beginnen vanuit een doel. Niet een klein doel maar eentje waar je het hele jaar aan kunt werken. Wat is je doel met deze groep? Wat zijn jouw waarden? Wat is jouw eindpunt? Naar welke haven koers jij? Met welk vervoermiddel ga je? En welke route ga jij kiezen?

Wat is het doel van de kinderen? Wat voor groep willen zij zijn? Welke waarden vinden zij belangrijk? Wat willen ze doen? Wat willen ze leren dit jaar? Hoe willen ze met elkaar omgaan? Wanneer kijken ze tevreden of blij terug op dit schooljaar? Wat is er dan bereikt? (denk aan de schrijfopdracht van vorige week).

missie21. Maak een groepsmissie. Laat kinderen met elkaar een naam bedenken voor hun groep. Maak op basis van de groepsmissie gezamenlijke regels en afspraken. Deze waarden, afspraken en regels pak je er regelmatig bij om met de leerlingen te bespreken of we als groep nog wel op koers zijn.

2. Wees een OEN: Open, Eerlijk en Nieuwsgierig. Mijn ‘weten’ zit mij vaak in de weg. En ik deel dat graag! Maar kinderen willen zelf nadenken. Stel ze vragen, zet hun brein op AAN!

3. Verpak de content in een context. Een leerkracht merkte op dat er zoveel te vertellen en uit te leggen was waardoor zij veel aan het woord was en niet de klas. Mijn reactie hierop was: jij weet wat de content, de inhoud is. Bedenk een context waarin de kinderen zelf de content gaan ervaren. Ga instructie geven en geef een aantal kinderen de opdracht om naar de wc te gaan of iets voor jou te gaan halen. Op het moment dat ze terugkomen zeg je tegen de klas “ga nu maar stil aan het werk”….kijk wat er gebeurd. Leg de boel stil en vraag: wat gebeurd er? Wat is er aan de hand? En kom vanuit de ervaring tot afspraken. En zo zijn er vast veel contexten te bedenken.

4. Stel je koers bij als je merkt dat je afdrijft. Doe dit samen met elkaar. Alleen al de vraag: wat gebeurt er… nodigt uit. Want blijkbaar gebeurt er iets.

5. En een herhaling van vorige week: veel kennismakingsactiviteiten doen.

Ik wens Zuid een hele mooie Start!

En Noord: Bereid je alvast een beetje voor op de Storming! Oftewel als de strijd om de macht deze week of volgende week gaat beginnen. Hoe ga jij daar dan mee om? De strijd krijg je, hoort er ook bij, is ook goed dat deze er is. Kinderen gaan hun rollen innemen, maar hoe ga jij dit proces begeleiden?

 

binderlayingopen_550x634Nog even geduld en dan komt mijn gratis e-book Aan de slag met: GROEPSVORMING! 108 werkvormen om van een klas een TOP-Groep te maken

Vraag: wil je me helpen om mijn Facebookpagina Groepsvorming meer zichtbaar te maken door mij te  Liken op Facebook.

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

Weer naar School!

Ik herinner me dat ik als leerkracht (en als trainer) altijd een beetje gespannen was zo vlak voor de start van het nieuwe schooljaar. Ik sliep onrustig en er bekroop mij ook een onrustig gevoel en daar kwamen dan onrustige gedachten bij. (Waarschijnlijk werkte het andersom, maar dat wist ik toen nog niet). “Kan ik het nog wel”, “zal het wel goed gaan”,  “gaat het me lukken”. Ik had ook altijd ergens wel een droom dat de kinderen zeker niet gingen doen wat ik graag wilde.
Hoe is dat bij jou? Heb jij bepaalde dromen die jaarlijks terugkomen?

Formingsfase
En dan is er het moment van binnenkomen. Alles staat klaar. Mogen de kinderen zelf een plek uitkiezen of heb je naambordjes op de tafel geplakt? Waar sta jij? Hoe ontvang je ze? Groepsvorming is begonnen!

Dit is de fase van de kat uit de boom kijken. Het is de eerste fase waar een groep doorheen gaat. Het is de fase waarin er allerlei vragen in de hoofden van de kinderen zitten: Wie zitten er in mijn klas? Wie zijn er bij gekomen dit jaar? Hoe zal de meester of de juf zijn? Hoe gaan we hier met elkaar om? Wat mag wel en wat mag niet?

papierenzak

Ik herinner me dat mijn dochter twee jaar dezelfde leerkracht had. Aan het begin van het tweede jaar zei ze dat ze het fijn vond dat ze dezelfde juf had als vorig jaar, “ dan weet ik tenminste al hoe alles werkt, mam en hoef ik niet zo te wennen”.

Het was via haar dat ik me realiseerde dat er voor een kind veel meer speelt dan alleen maar de andere leerlingen. Leerkrachten realiseren zich dit (ook) niet altijd. Veel kinderen willen weten hoe het werkt.
• Waar kom ik te zitten in de klas? Wie zal er naast me zitten? Vind ik die persoon wel aardig? Vind die persoon mij wel aardig?
• Waar liggen de boeken, schriften etc
• Wat zijn de afspraken? Wat mag wel zelfstandig en wat mag niet zelfstandig? Mag ik zelf naar de WC gaan of moet ik dat vragen?

7 tips voor de eerste week
1. Besteed aandacht aan wie jij bent! Stel je zelf voor. Wie ben jij? Waar hou je van? Wat is jouw hobby? Wat is jouw passie? Wat doe je graag? Hoe woon je? Hoe leef je? Wat heb jij in de vakantie gedaan? Kun je daar iets van laten zien?

2. Besteed aandacht aan elkaar, aan kennismaking, aan vakantieverhalen, aan wat kinderen allemaal hebben meegemaakt, gedaan. Hang een landkaart op in de klas, hang er foto’s in waar kinderen geweest zijn en wandel zo de komende dagen eens door de wereld. Hier kun je misschien wel allerlei wervormen aan verbinden die je kunt linken aan Aardrijkskunde.

3. Besteed aandacht aan de verschillen. Sommige kinderen zijn twee keer op vakantie geweest, sommige kinderen helemaal niet. Negeer het niet. Sommige kinderen zijn onderdeel van een samengesteld gezin, andere kinderen van een eenoudergezin. Wees een OEN: Open, Eerlijk en Nieuwsgierig.

4. Doe veel kennismakingsactiviteiten. Zorg dat kinderen elkaar leren kennen; dus veel rouleren van tweetallen. Welke hobby’s hebben kinderen? Zijn er bijvoorbeeld kinderen die hebben gesnorkeld? Of hebben gedoken? of….Kun je dat de klas in halen? Hoe kun je dat koppelen aan leerstofinhouden?

5. Besteed aandacht aan hoe het bij jou werkt in de klas. Wat mogen ze wel en wat mogen ze niet bij jou? Maak het zichtbaar voor ze zodat ze bij twijfel even kunnen kijken.

6. Laat ze een verhaal schrijven waarin ze terugkijken op dit schooljaar. Ze stellen zich voor wat ze met elkaar hebben meegemaakt, welke fijne dingen ze beleefd hebben met elkaar, maar ook welke nare dingen er gebeurd zijn en hoe ze dat op een goede manier met elkaar hebben opgelost.

7. Wees je voortdurend bewust van je eigen waarden en normen en wat je wel en niet OK vindt. Benoem gewenst gedrag van kinderen en ook wat het effect daarvan op jou of de groep is. Wees voelbaar en zichtbaar aanwezig. Maak gebruik van je ‘Pedagogische Tact’, door het NIVOZ gedefinieerd als ‘op het goede moment het juiste doen, ook in de ogen van het kind’. Dat is een mooie uitnodiging voor het komende schooljaar.

Maak het Verschil! Wees het Verschil!

Voor sommige scholen is het dit jaar anders. Zij beginnen met een herdenkingsceremonie. Leerkrachten en kinderen die in de MH17 zaten en niet terugkeren op school of in de groep. Hier gaan afscheid nemen en opnieuw beginnen hand in hand. Ik wens jullie veel sterkte, wijsheid en verbinding.

Heb jij mooie werkvormen die je gebruikt in de eerste week? Of mooie herinneringen aan werkvormen uit jouw Basisschool-tijd? 

Laat dan hieronder een reactie achter en deel ze met ons!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

Klaar voor de Start?….GO!

Nog één week en dan opent regio Noord de schooldeuren. Deze week gaan teams om de tafel zitten om zich voor te bereiden op het nieuwe schooljaar. Een startvergadering waar de puntjes op de i worden gezet. En soms een studiedag om met een gezamenlijke Focus te starten.

Ik herinner me een Studiedag aan de start van het schooljaar waar het team veel last had van gedragsproblemen. Leekrachten voelden zich politie agent, de directeur toezichthouder en er was een groot gevoel van onveiligheid. De leerkrachten vonden de leerlingen: Brutaal, respectloos, niet aanspreekbaar op gedrag, agressief, verwend, eigen gang gaan, ongeïnteresseerdheid en er was veel pestgedrag.

1. Aan de hand van Foto kaarten hebben we de Huidige Situatie en de Gewenste Situatie met behulp van Fotokaarten in beeld gebracht:

Huidige beelden (fotokaarten)     Gewenste beelden (fotokaarten)
Dorre boel                                      Blije mensen
Gasmaskers                                   Trap omhoog
Asbak vol met peuken                    Bloeiende bloemen
Kippenhok                                      Bos, rust, sereniteit
Zwaar bepakte ezel                        Kleurrijk geheel
Kamer vol met rotzooi                    Viool muziek

De Urgentie om met elkaar aan de slag te willen was meer dan duidelijk!
Aan het eind van de dag was dit team klaar voor de START! En zij hebben hun doel bereikt: Rust in de School. Vanaf de eerste schooldag!

Maar hoe zit dat bij jullie? Zijn jullie er klaar voor?

In vijf stappen Klaar voor de Start!

sprint-start

1. Samen afstemmen op de gemeenschappelijke WAARDEN. Wat vinden we echt belangrijk en waarom vinden we het belangrijk. En wat verstaan we onder deze waarden in concreet waarneembaar gedrag? Wat doen we dan?

2. Tover de Schoolwaarden om in Regels en Afspraken (positief geformulieerd)

Rustig lopen in de School
In de school praat je rustig met elkaar
Als je in de klas bent, blijf je in de klas
Boeken ruilen in de gang , één leerling tegelijk anders duurt het te lang
Kauwgom en snoep in de prullenbak

3. Affiches maken van de regels en zichtbaar ophangen in de hal, gang etc.

Zorg dat het affiche er aantrekkelijk uitziet. Laat leerlingen bijvoorbeeld de gedragsregels uitbeelden, maak er een foto van en plaats die erop.

4. Regie voeren op de Regels en Routines

Leg aan de leerlingen uit waarom regels belangrijk zijn. Geef complimenten voor het gewenste gedrag en reflecteer wekelijks met je collega’s op het gedrag van de kinderen. Hoe gaat het? Wat gaat goed? Waar zijn we tevreden over? Hoe komt dat? Wat doen wij als team waardoor dit goed gaat? Wat gaat nog niet goed? Hoe komt dat? Wat kunnen wij als team doen om dit deze week beter te krijgen? Spreek het met elkaar af. Zorg dat duo collega’s die niet werken ook op de hoogte zijn! Herhaal dit de eerste vier weken. En laat het daarna op de vergaderingen steeds even kort terug komen.

5. Tolereer geen smoesjes en slappe hap.

Houdt de zaag scherp! Spreek collega’s aan als je merkt dat ze zich niet aan de afspraak houden. Communiceer wat je waarneemt en wat daarvan het effect is op jou of de school of de leerlingen, en vraag of dit ook de bedoeling is van de desbetreffende collega.
Als je elkaar niet aanspreekt terwijl je wel ziet dat een collega zich niet aan de afspraken houdt, kies je op dat moment voor gedoe, ruis op de lijn, irritaties. Wordt geen onderdeel van de Mislukking, maar zorg dat je onderdeel wordt van het Succes!

Weet dat jij voor kinderen het Verschil kunt maken!

Klaar voor de START? …. GO!

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.